• Stichting Geologische Aktiviteiten
  • Stichting Geologische Aktiviteiten
  • Stichting Geologische Aktiviteiten
  • Stichting Geologische Aktiviteiten
Previous Next

Deze website maakt gebruik van cookies.

Ik ga akkoord
1 moldaviet tjechie verklHvD
afb.1: Moldaviet, 36ct, Tjechië.

Op een beurs in Parijs kocht ik eens een mooie grote moldaviet. Niet spectaculair, maar onder het tafelfacet blonk een schitterende luchtbel. De kleur deed denken aan groen doorzichtig flessenglas. Thuis heb ik natuurlijk de steen onderzocht en me verdiept in de vakliteratuur.

Moldaviet wordt mineralogisch ingedeeld in de tektietengroep, de natuurlijke metamorfe glassoorten. Hiertoe wordt onder meer obsidiaan en Libisch woestijnglas gerekend. Het worden ook wel glasmeteorieten genoemd. Moldaviet is waarschijnlijk een gesmolten gesteenterest van meteorietinslagen. Die zo’n 15 miljoen jaar geleden in Zuid-Duitsland insloegen. De Rieskrater is er één van. De inslagresten werden de lucht ingeslingerd en daalden verspreid, maar in banen over Oost Europa neer. Met name langs de Tjechische rivier de Moldau werden de eerste “moldavieten “gevonden. Overigens wordt dit natuurlijk glas ook in Rusland, Australië (australiet) en USA (georgioniet) gevonden. De theorie van gesmolten gesteenteresten is aannemelijk omdat het aardoppervlak rijk is aan silicium. De chemische samenstelling van moldaviet is SiO2(+Al2O3) en wat overgangsmetalen: eenvoudig gezegd: siliciumoxide. Grappig genoeg zit er meer nikkel in de moldavieten uit Oost-Tjechische (Moravie) dan uit de West-Tjechische (Bohemen). Helaas te weinig voor het instrumentarium van een eenvoudige gemmoloog om de hoeveelheid precies vast te stellen.

Voor het onderscheiden en herkennen van moldaviet zijn de volgende waarden van belang. Een hardheid van 5-6, een soortelijke dichtheid van 2.32-2.38 en een brekingsindex van 1.48-1.50, enkelbrekend. Er is niet sprake van een magnetisch effect. Onder UV-licht is er bij facetstenen geen reactie, maar bij een ruwe steen kleurt het generfde oppervlak diep violet. De kleuren zijn niet alleen flessengroen maar ook groenachtig bruin en zwart. De kleur ontstaat door een kleine hoeveelheid ijzer, naarmate er meer ijzer in zit wordt de kleur donkerder tot zwart. Onder de spectroscoop zie ik geen absorptiebanden. Met de spectrometer zag ik een bodem rond 550 nm en een brede band rond de 850 nanometer.
 
2 moldaviet uv vis abs VERKL HvD
afb.2: Moldavietspectrum, uv-vis-nir bodem 550 nm, brede band 850 nm.
Met het blote oog en met de loep zie je dat het oppervlak van een ruwe moldaviet een typische nervenstructuur heeft. Dit is een gevolg van langdurig natuurlijk etsen door omliggende zuren. Onder de microscoop zijn veel lúchtbellen te zien: grote ronde en torpedovormige bellen, gevormd tijdens de afkoeling in een zuurstofrijke omgeving. Maar in de stenen die ik heb onderzocht zie ik meestal kleine ronde luchtbellen. Wat je ook ziet zijn slieren, stroopachtige schaduwen (swirlmarks) en pieren (lechatelierieten). Die worden veroorzaakt door een lagere lichtbreking als gevolg van temperatuurverschil tijdens de “kristallisering”.

3 moldaviet oppervlak nerving Verkl HvD 
afb.3: Moldaviet, oppervlakte-nerving.
4 moldaviet luchtbel dv 10x Verkl HvD 
afb.4: Moldaviet, luchtbel, ovaal, dv, 20x.
5 moldaviet pier 45x Verkl HvD 
afb.5: Moldaviet, pier, 45x.
De eerste imitatie-moldaviet is het alledaagse groene flessenglas. Dit glas heeft veelal een afwijkende brekingsindex, dus zo’n imitatie is gauw gevonden. Maar er is ook glas met dezelfde brekingsindex én luchtbellen. Die zijn ook rond, minder talrijk en doen soms denken aan kikkervisjes. Conclusief moet de aanwezigheid van de pieren zijn. Soms moeilijk te vinden, maar onder de microscoop in immersievloeistof (water, paraffineolie) beter waar te nemen. Op beurzen wordt Chinese moldaviet aangeboden. Maar die heeft een andere brekingsindex en geen pieren. Het oppervlak van deze ruwe stenen lijkt sprekend op dat van een natuurlijke moldaviet. De nerving is een gevolg van etsen (etching) met waterstoffluoride en is moeilijk van natuurlijke etching te onderscheiden. SG bepaling kán hier uitkomst bieden.




Bronnen:
- Diggelen, J.van, GEA Natuur 2.2 1983
- Hyrsl,J. G&G 2015 Vol.15.1
- NedGemlab, Lesboek 2017
- Slootweg, C, Gemma 59 2016

Alle foto’s: Kees Hoving
  • Geen reacties gevonden
Powered door Komento

Agenda

Voor een overzicht van de geplande geologische activiteiten (voorheen GEA Kalender), zie geologie.nu