• Stichting Geologische Aktiviteiten
  • Stichting Geologische Aktiviteiten
  • Stichting Geologische Aktiviteiten
  • Stichting Geologische Aktiviteiten
Previous Next

Deze website maakt gebruik van cookies.

Ik ga akkoord

Het prachtige vlammenspel van een kleine bruine "knikker" in een mooi doosje op de zomerbeurs in St. Marie aux Mines (Fr) trok mijn aandacht. Het bleek een calcietparel te zijn. Een parel zonder parelmoer. Het deed me denken aan het bruin-rode katoogeffect bij een toermalijn. De parel moest € 950 kosten, want een zeldzaamheid afkomstig van de zeeslak cyprae arabica. Reden om me eens te verdiepen in het fenomeen kalkparel c.q. calcietparel c.q. porseleinparel. De kalkparel wordt net als een gewone parel door weekdieren als mosselen en slakken geproduceerd. Door een als indringing ervaren voorwerp of substantie zal het weekdier zich beschermen door het in te kapselen. Bij kalkparels met calciumcarbonaat (CaCO3) dat zich in concentrische lagen orthorombisch kristalliseert. Voor een verdere uiteenzetting zie mijn eerdere artikel over (parelmoer)parels

Vlammenspel

Het vlammenspel wordt veroorzaakt door een structuur van gestapelde aragonietplaatjes die dunne langgerekte vezelbanen vormen. De vezelbanen, met een dikte van zo'n 500 µm, zijn kruislings, eerder kriskras, geörienteerd1,2). Zijwaarts invallend licht op een bundel vezels wordt gereflecteerd. Frontaal invallend licht geabsorbeerd. Hierdoor ontstaan heldere (reflecties) met afwisselend donkere (absorpties) gebieden, wat resulteert in een "vlammenspel". Net als bij een gewone parel wordt de kleur in belangrijke mate bepaald door pigment als gevolg van het soort voedsel (m.n. algen) van het weekdier.

Van de hierna volgende opsomming van de meest bekende kalkparel-producerende schelpen, slakken én een inktvis heb ik de afbeeldingen voor verduidelijking bewerkt. De schelpen/slakhuizen zijn sterk verkleint weergegeven, de parels en vlampatronen sterk vergroot. Uitzonderingen daargelaten zijn de meeste parels in werkelijkheid vaak niet groter dan Ø 10 mm.

Schelpen


Tridacna gigas3), wit porselein, giant clam, "killerclam", doopvontschelp. Heeft een schelpgrootte tot 1,5 meter, gewicht 225 kg. Wordt (nog) niet gekweekt. Vindplaats Caraibisch gebied. De kleinere ondersoort tridacna hippopus komt voor in de Indo-Pacific en is ook wit. Bolle schelp, golvende (schulp) rand, maximum leeftijd 100 (!) jaar. Leveren sporadisch kleine witte kalkparels. De vlamstructuur is strepig. tridacna gigas
Pectinidea, kamschelp met schulprand = scallop, hyropecten subnudosus, "de grote leeuwenklauw". De scallops of pectenschelpen, geliefd in de USA voor het schelpvlees, zijn enigzins platte waaiervormige schelpen, zoals het logo in de vorm van een schelp van de oliereus Shell (de zgn. Jacobsmantel). Heeft een haaks scharnier, grootte tot 20 cm, kan 20 jaar oud worden. De scallops leveren sporadisch kleine paarse, soms beige parels zonder parelmoer. De vlamstructuur toont korrelig. Bij de geel-beige parel is dat slechts bij een sterke vergroting te zien. s2
Mercenaria mercenaria, venusschelp, de quahog (USA). Heeft driehoekige ongelijkzijdige kleppen en is meerkleurig: wit-paars, wit-bruin, roze-paars. De vlamstructuur toont donkere lange vlekken. Een paarse parel van 18 ct, 11x15 mm werd op eBay aangeboden voor $20.000 s3
Codakia tigerina, een wit en beige, platte, eivormige schelp met gelige "tijgerstreping", grootte tot 8 cm. Heeft kleine beige-kleurige parels. Het vlampatroon lijkt op witte wolken. s4
Mitylidae unio, de "gewone" mossel (ook de Zeeuwse oester, ostrea edulis); de vorm is asymmetrisch, donker. Een ondersoort is de modiolus philippinarum. Deze heeft kleine zwarte parels. Het vlampatroon is niet of moeilijk zichtbaar. s5
Linnidae, lima lima vulgaris, de vijlschelp. Heeft scheve kleppen, vleugelachtig. Komt voor in de Indische Oceaan en heeft kleine witte parels met een korrelige textuur. s6
Pinnadae, pinna nobilis, de grote steekmossel. Is driehoekig en groeit tot 50 cm, kan 12 jaar oud worden. Vindplaats Middellandse zee; kleine rood-oranje parels met een doorschijnend uiterlijk. De donkere ondersoort pinna atrina infilata wordt gevonden in de baai van Californie en heeft kleine bruine, maar ook zwarte parels van 3-5 mm. s7
Spondylus thorny, stekeloester uit Mexico, geelbruin en wit. Een bruine parel van 21.0 ct stond op internet te koop voor $2000. De witte, vaak iriscerende parels, hebben een blauwe gloed (foto G&G'14). s8
Pteria pinguin en/of sterna, vleugelschelp. Is een parelmoeroester die gebruikt wordt voor de mabé-parel met als vindplaats de Indo-Pacific. Net als alle andere mosselen produceert ook deze oester soms kleine parelmoerloze parels van 3-4 mm. s9


Herkennen van kalkparels

Kalkparels zijn bijna altijd klein en rond of ovaal. Maar ook barok. Ze zijn vaak wit of hebben specifieke "pastel" kleuren. Een vlamstructuur zou altijd aanwezig moeten zijn. Het soortelijk gewicht ligt iets hoger (want geen conchioline) dan een gemiddelde parel; laten we zeggen 2.70-2.80. We zouden kunnen testen met zoutzuur om bruising waar te nemen. Maar ja, destructief, hè? Verder kunnen ze worden onderzocht met de spectrofotometer (us-vis en raman).

Bronnen en foto's

  1. Explaining the flamestructure of non-nacroues pearls, Hanni, www.gemexpert.ch
  2. Crystallography of calcite in pearls, A. Pérez cs, Un. Alabama, USA
  3. Cites II (lijst van bedreigde/beschermde soorten)
  4. Culturing queen conch, Dr. Davis cs, Florida Atlantic Univ, HBOI
  5. First non-nacrous pearls with bead, G&G, winter 2015
  6. Parels, G. Edwards, gemma 24, nov.1997
  7. Conchologie, G. Sowerby, Shuttleworth, 1852(!)
  • Geen reacties gevonden
Powered door Komento