• Stichting Geologische Aktiviteiten
  • Stichting Geologische Aktiviteiten
  • Stichting Geologische Aktiviteiten
  • Stichting Geologische Aktiviteiten
Previous Next

Deze website maakt gebruik van cookies.

Ik ga akkoord

De reis

In de zomer van 2000 maakten wij op vakantie in Japan de zogenoemde Hofreis. Natuurlijk kon, halverwege de reis, een bezoek aan de bakermat van de (Japanse) cultivéparel niet ontbreken. Het Mikimoto Pearl Island is een thuishonk van de Mikimoto (Akoya) cultivéparel. In 1893 door Mikimoto (1858-1954) ontwikkeld. De 123 miljoen Japanners laten dit uitbundig weten. Het eiland, dat in de Toba baai ligt, bestaat uit de Kokichi Mikimoto Memorial Hall, het parelmuseum, een standbeeld van meneer, een winkel, een mooi restaurant en voortdurende demonstraties van vrouwelijke look-a-like parelduiksters (ama's).

Het parelmuseum heeft vier etages. Op de 1e etage vonden we een overzicht van de natuurlijke parel vindplaatsen in de wereld en een wereldcollectie pareljuwelen vanaf de Romeinen en Byzantijnse periode tot en met de 20e eeuw. Op de 2e etage was een overzicht van de ontwikkeling van cultivéparels. Op de 3e etage was een overzicht van parel oesters en op de 4e etage werd het oogst- en distributieproces gedemonstreerd. Op de 1e etage lag in een vitrine het boek "Travels of... " van good old Marco Polo. Op bladzijde 200 stond: "... in the palace (of Japan) they have pearls, rose, but fine, big and round, as quite as valuable as the white ones...". Vermeld werd dat de Chinezen al in 1082 Boedda-beeldjes in pareloesters stopten. In 2200 vóór onze jaartelling betaalden de Chinezen al met parels belasting aan de Yu-keizers. Het museum bevat opmerkelijk veel Europese kunst. Op de tweede etage presentaties van een aantal andere Japanse pioniers met de ups en downs van het parelontwikkelingsproces in de Agobaai.

Op de 3e etage lagen de oesters. Er zijn slechts enkele soorten pareloesters die worden gecultiveerd. De pinctada fucata (Akoya) levert een goudkleurige parel en is het "huismerk"van Mikimoto. De pinctada margaritifera levert de zwarte parel, de pinctada maxima levert zilver- maar ook goudkleurige parels. De mabe en abalone leveren "halve" parels, de zoetwatermossel uit het Biwameer kleinere parels.

Op de 4e etage worden voor toeristen de "operaties" uitgevoerd. De oesters worden uit een emmer met zout water gehaald, voorzichtig geopend met een klemtang, een sneetje met een scalpel in de "gonad" gemaakt, en dan een stukje mantelweefsel en een bolletje van de Mississippie zoetwatermossel er in gezet. De geprepareerde pareloesters worden daarna uitgezet in korven en aan vlotten in de beschutte Ago-baai gehangen. Na een jaar of vier is er de oogst: 50% is direct na de operatie dood gegaan, 20% levert slechte, 25% goede en 5% een uitstekende kwaliteit: "Hanadama".

1 parel grafting
Grafting: bolletje inbrengen
2 liberty bell
Liberty Bell
3 pagode
Pagode

Het museum eindigt met Japanse parelkunstvoorwerpen. Om er enkele te noemen:
  • een pareltrom uit 1978 (700 gram, 872 cultivéparels, 188 diamanten, 18K goud)
  • een kroon uit 1979 (950 gram, 796 cultivéparels, 17 diamanten, 18K goud)
  • het Himeji kasteel (19.000 cultivéparels, 447 diamanten, 36 saffieren, 18K goud)
  • de Liberty-bel uit 1939 (12.250 cultivéparels, 366 diamanten)
In een winkel liggen prachtige, maar peperdure parels en pareljuwelen te koop. In de Memorial Hall wordt het leven van Mikimoto uitvoerig tentoon gesteld. Ondanks het kitschgehalte is een bezoek aan het pareleiland, tijdens een Japanreis, het geld waard.

De mosselen

Parels zijn producten van de 15.000 klassen één- of tweekleppige mosselen (Gr. malacos = week) die in zout- of zoetwater leven. De tweekleppige (bivalve) mosselen (molusk) met ongelijke kleppen noemen we oesters (oyster). Mosselen (en dus ook oesters) produceren parels met of zonder parelmoer (nacre). Dat geldt ook voor schelpen met schelphuizen als de Strombus Gigas, de grote zaagtandklepper Tridacna Gigas (doopvontschelp), Pectinidae met de symmetrische tweeklepper (een ondersoort is de Jacobsmantel die oliegigant Shell gebruikt als logo) en de slakken (gastropod: bijvoorbeeld de Haliotis = abalone of zeeoor).

De anatomie van de pareloester

Laat ik eerst even kort de producent in beeld brengen. De oesterschaal (exterieur) bestaat uit twee ongelijke kleppen: een bolle en een platte klep. De kleppen bestaan uit een buitenlaag van een door verwering gekorste harde prismalaag, een hoornlaag (peristracium) en een binnenlaag van porselein of parelmoer (nacre). Parelmoer is een samenstelling van verschillende mineralen. Ze bestaat in hoofdzaak uit orthorombisch gekristallisseerd calcium carbonaat, CaCO3, in de vorm van aragoniet. Die zijn enkele nanometers dikke plaatjes en "verpakt" in lagen proteine en chitine. De verschillende mineralen vormen samen twee kristallografische elementen, de aragoniet- kristallen in parelmoer zijn drieparig (trigeminate) en vormen zich tot pseudo hexagonaal prisma's. Het heeft hiermee een hoge mechanische stabiliteit (absorbeert schokken): parels stuiteren hoog op een glasplaat.

4 pareloester anatomie
Pareloester interieur
5 aragoniet opbouw
Tekening opbouw terrasvormige hexagonale aragonietplaatjes (dakpannetjes), links boven aanzicht, rechts het zij aanzicht (de bolling verklaard).

De voor de parelproductie belangrijkste organen (interieur) van het weekdier zijn de buitenste zachte mantellaag (verbindingsweefsel met conchioline = epitheel), de inlaat (kieuwen voor de inname van zuurstof én plankton) en het geslachtsorgaan (gonad). De adductor is de klepsluiterspier. Als voedsel dienen plankton en algen: de kieuwen (gills) kunnen tot 5 liter water per uur filteren. De plankton en algen vormen de basis voor het pigment en dus de kleur van de parel. Voedsel wordt doorgeleid naar de "mond". De oester is protandrisch hermafrodiet (tweeslachtig). Het eerste jaar is de oester mannelijk en zet het in de jaarlijkse paaitijd spermatozoiden af. Het volgende jaar is de oester vrouwelijk, vormt eicellen (gameten) en is ontvankelijk voor spermatozoiden. De binnenwaartse bevruchting levert na 3 weken larven op die worden uitgestoten. De miljoenen doorschijnende larven ontwikkelen zich zwevend in het water in een melkwolk, ontwikkelen pigment en dalen door de toename van hun gewicht. Ze "zwemmen" naar een vast obstakel, bijvoorbeeld een oesterbank, en zetten zich met hun byssusdraden vast (epifauna). Oesters kunnen oud worden, ouder dan 20 jaar. De groei vindt concentrisch, maar onregelmatig plaats. Hierdoor ontstaan er groeilijnen, net als de jaarringen bij een boom. Een ervaren oesterkenner kan hierdoor de ouderdom van de oester bepalen.

De parelvorming gebeurt wanneer het organisme een "indringer" ervaart. Het zal het zich beschermen door bijvoorbeeld de parasiet of het zandkorreltje te isoleren. U weet wel: het bekende omsluiten met een zakje en dan met een laagje kalk (parelmoer) en een laagje conchioline afdekken. En dat gestaag herhalen; afhankelijk van de soort oester en watertemperatuur een half tot twee millimeter per jaar. Dat gebeurt zowel in het geslachtsorgaan (gonad) bij de zoutwateroester, als in de mantel bij de zoetwateroester.

Soorten oesters

Voor de edelsteenkunde zijn de volgende parelvormende oesters van belang. Ik beperk me hierna tot de gecultiveerde parelmoerparels. Van het aanbod in Nederland is 95% cultivé, dus een natuurlijke parel van meer dan 10 mm en hoge luster (als een spiegel) is hier een zeldzaamheid.

6 pinctada fucata 7 pinctada maxima 8 pinctada margaritifera
V.l.n.r.: Pinctada fucata, Pinctada maxima (witlip), Pinctada margaritifera (zwartlip)

Zoutwater

Algemeen kenmerk: levert 30-40% mooie (veel gevraagde) ronde parels
  1. Pinctada fucata (Akoya), met als ondersoorten de martensii en chemnitzii. Schelpgrootte 10 cm, levert 3-11 mm grote witte, rose (wadama) en zilverkleurige parels. Gekweekt in de Chinese zee m.n. Japan, China en Australie. Bekend om de hoge glans (luster) en dus duur! De pinctada imbricata wordt gekweekt langs de kust van Venezuela
  2. Pinctada margaritifera met als ondersoort de cumingii (de zwartlip). Schelpgrootte 25 cm, levert 8-16 mm grote zwarte of duivenkraag-kleurige parels. Gekweekt in de Stille Zuidzee met als centrum Tahiti
  3. Pinctada maxima, de witlip. Schelpgrootte 30 cm, gewicht 5 kg, levert 12-20 mm grote witte, zilver- of goudkleurige parels: Zuidzee-parels. Gekweekt op het het zuidelijke halfrond: van de Pacific tot de Indische Oceaan
  4. Pinctada mazatlanica. Schelpgrootte 20 cm, levert tot 12 mm zwarte en veelkleurige, vaak donkere getinte parels: Cortez-parels. Gekweekt langs de kusten van Mexico tot Peru
  5. Pinctada radiata, Ceylonparel. Gekweekt langs de kusten van de Indische Oceaan, Perzische golf
  6. Pinctada maculata, de Pipi. Een kleine oester, 5 cm, goud- en chocoladebruine parels tot 8 mm, gekweekt in de zuidelijke Pacific
  7. Pteria (Gr. vleugel) sterna, de regenbooglip. Een langwerpige, vleugelvormige oester. Schelp-grootte 14 cm, grijze, roze en paarse parels tot 13 mm. Gekweekt langs de kusten van Mexico tot Peru (Cortez parels).
  8. Pteria penguin. Een langwerpige, vleugelvormige oester, levert witte, zilverkleurige "halve" parels, Mabé, als een blaar, een "blister", gevormd in de binnenzijde van de klep. De blaar tot 13 mm wordt uitgezaagd en bewerkt tot sieraad.

Zoetwater

Algemeen kenmerk: levert 2-3% mooie ronde parels
  1. Hyriopsis schlegelii. Schelpgrootte tot 30 cm, gekweekt in Japan, Biwa- en Kasumijar meer
  2. Hyriopsis cumingii (triangle). Schelpgrootte tot 40 cm, gekweekt in China, leveren parels van 4-15 mm.
  3. Cristeria plicata (Cockscomb). Schelpgrootte zo'n 25 cm, nog maar weinig gekweekt in China, levert parels als rijstkorrels.

9 hyriopsis schlegelii
Hyriopsis schlegelii
10 hyriopsis cumingii
Hyriopsis cumingii

Cultivé proces

Omdat de vraag om parels groter is dan het aanbod worden oesters behandeld om meer parels te verkrijgen: cultivering. Van de daartoe geschikte oesters wordt de klep opengewrongen, een sneetje in het geslachtsorgaan (gonad) toegebracht en een bolletje (bead) met een stukje van de mantel (epitheel) ingebracht. De oester sluit zich en gaat voor zo'n vier jaar terug in korven het water in. Regelmatig worden de oesters gecontroleerd op temperatuur en waterkwaliteit. De meeste zoutwateroesters produceren in vier jaar één, soms twee parels. Bij de zoetwateroesters worden niet gewerkt met bolletjes maar alleen met mantelweefsel (epitheel). Dit wordt tot wel twintig stuks in gebracht in de mantel en produceert zo'n twintig parels van merendeels barokkwaliteit. Er wordt voortdurend geexperimenteerd om de kwaliteit en opbrengst te verbeteren. Bekend is bijvoorbeeld om pigment/kleurstof al in de gonad en/of mantel in te brengen en/of bolletjes (zelfs kleine zoetwaterparels: "parel in parel") en mantelweefsel van andere mosselen/oesters te plaatsen. Ook bolletjesloze (beadless) zoutwaterparels zijn gesignaleerd. De hyriopsisoesters zijn gekruist en kennen nu ook een hybride soort. Het laatste experiment betreft het plaatsen van muntjes (coins). Sommige oesters produceren "misbaksels". De Keshi is een kernloze (non-nuclueted) barokke parel: de parel is hol of heeft zélf een stukje weefsel (tissue) "gevonden".

Kwaliteit

Er bestaat geen algemeen aanvaard parelgradingsysteem. Iedere producent hanteert eigen maatstaven. De kwaliteit en prijsvorming van parels wordt in het algemeen bepaald door een zevental factoren:
  1. De omvang (size) in millimeter
  2. De vorm (shape): rond, mooi gevormd ovaal. Druppel en barok is al weer minder
  3. De kleur (color): de overheersende kleur (hue, bodycolor), de tint (donker/licht, schemer, overtone) en de verzadiging (saturation) of matheid/felheid van de kleur. De verzadiging wordt ook wel orient of regenboog genoemd (de kleurverandering bij bewegen)
  4. De glans (luster): loopt van matglans, zijdeglans naar de hoogste reflectie (spiegelkwaliteit)
  5. Het oppervlak (surface): het aantal onregelmatigheden (krasjes, blaren, kleurverschillen)
    • 1-5 op <10% (van het oppervlak) is kwaliteit A: prachtige glans, zijde achtig, egaal
    • 5-20 op <30% is kwaliteit B: mooi
    • <50 op <60% is kwaliteit C: gemiddeld
    • >50 op >60% is kwaliteit D: redelijk
  6. De dikte van de parelmoerlaag (nacre), tenminste 0.3 mm, bij Tahiti 0.8 mm
  7. Kleurgelijkheid (matching) bij kettingen: strand (parels van gelijke vorm, dikte en kleur), choker (drie of meer strengen van parels van gelijke vorm, dikte en kleur), collier (40 cm), matinee (60cm), opera (80 cm of meer) en de graduate (1 grote parel, twee kleinere schouders" ernaast, vervolgens veel kleinere parels.
De kwalificatie kan uitmonden in een rapport met het oordeel: uitstekend (excellent), heel goed (very good), goed (good), redelijk (fair) en matig/arm (poor). Of laagwaardig: "scraps". Ook wordt kwaliteit aangeduid met de letters AAA, AA+ enz., de hoogste (Japanse) kwaliteit: hanadama!

Wat kost een parel

De prijzen van parels lopen sterk uiteen. Op de mineralenbeurs in St. Marie aux Mines kun je witte, zwarte en blauwe Akoya parels kopen van 6.0 mm in AAA kwaliteit voor € 38, 9.0 mm voor € 240. Witte en goudkleurige Zuidzee parels AAA 10,0 mm € 325, 16.0 mm € 2500. Birma parels zijn de duurste. De zwarte en peacock Tahiti-parels zijn iets minder duur: AAA 8 mm € 120, 15 mm € 1100. De witte zoetwaterparels van 6.0 mm voor € 25 en 10.0 mm € 120. Op de parelmarkt in Peking (naast de tempel van de Hemel) kocht in augustus jl. tijdens een vakantie parels van prima kwaliteit: een Akoya, zilverwit, 9.5 mm € 55, een Zuidzee goudkleurig, 9,5 mm, € 80, een Tahiti zwart-peacock, 10 mm, € 60, en een Edison zwartblauw metallic 14 mm, € 50. In tegenstelling tot vroeger speelt het gewicht van een parel nauwelijks een rol bij de prijsvorming.

11 parels
V.l.n.r.: Akoya wit, Zuidzee goud, Tahiti peacock, zoetwater wit en Tahiti zwart gegraveerd

Parels herkennen

Algemeen

Parels kunnen worden herkend door het onderzoeken van hun eigenschappen: een RI van 1.52 - 1.69 (lastig te onderzoeken), een hardheid van 2.5 - 30 (lastig te onderzoeken) en een SG van 2.60 - 2.85 (bewerkelijk maar goed te onderzoeken). Voorts met behulp van:
12 oppervlakte structuur13 oppervlakte imitatie
Oppervlakte patroon natuurlijk (boven) en imitatie (onder) (vergroting 70x)
  1. Tanden: wrijven langs de tandvlakken levert bij natuurlijke parels een gevoel van stroefheid op, twee parels langs elkaar wrijven zou parelmoerstof moeten opleveren (wel destructief)
  2. Loep: zichtbaar scherpe randen in het boorgaat en een zichtbaar donkere lijn tussen parelmoer en binnenwerk (conchioline). Parels zijn geboord: half, door-en-door en twee halve boorgaten onder een hoek van 60o: deze worden in Japan en China als knoop gebruikt
  3. Sterk schuin invallend toplicht: indien bij draaien de parel "blinkt" dan is er sprake van een dunne parelmoerlaag, dus een cultuvé parel
  4. Pearloscoop (monochroom / fel licht van onderen = candeling): bij het draaien van de parel wordt door de gelaagdheid van het bolletje een cultivé parel licht en donker(der)
  5. Endoscoop: zie boven maar dan met een lichtpen halverwege het boorgat. Een donkere kern indiceert gammabestraling
  6. Röntgen (X-ray): een grote witte kern indiceert een cultivé, een kleine kern indiceert een natuurlijke parel: geen X-apparaat voorhanden? Ga er mee naar de tandarts!
  7. Oppervlaktebeoordeling: bij 10x vergroting (loep) heeft een glasparel een maanlandschap, bij 50x (mic) lijkt een glasparel glad, een natuurlijke parel geschubt, bij 150x vergroting (mic) duidelijk "dakpannetjes"
  8. Vergelijk te onderzoeken parels met gecertificeerde parels
  9. Fluorescentie: lang uv-licht (LUV 365 nm). onbewerkt parelmoer wordt krijtblauw, licht niet op m.u.v. Pteria sterna: deze licht sterk rood/roze op
  10. Parels hebben een relatief hoog soortelijk gewicht/massa/dichtheid en voelen zwaar aan

Soortspecifiek
14 boorgat15 boorgat imitatie
Boorgat natuurlijk/cultivee (boven) en "steenparel" (onder)
  1. ID: Akoya parels hebben vaak pinpricks/kuiltjes (net als "gouden" Zuidzee) en "blink"-plekken, witte Zuidzee parels hebben vaak een knobs/bolletjes (=barok), zoetwater parels hebben vaak witte krijtplekjes
  2. Geverfde Zuidzee parels, goudgeel, worden vaak "verhit" . Identificatie:
    • ongebruikelijke bruin-oranje of groenig,oranjegele fluorescentie onder LUV
    • atypisch absorptiespectrum (met uv-vis-nir) op 405 en 558 nm toont kleurbehandeling aan
    • natuurlijke parels van de Pinctada maxima (goudlip) heeft gebruikelijke absorptie op 330-385 nm (specifieke 350-365) alsmede tussen de 385 en 460 nm (zwakker) (specifiek 420-435). Indien afwezig is de indicatie/conclusie: behandeld.
    • mogelijk verf in- of rond de boorgaten
    • kleurconcentraties op de oppervlaktelaag (nacre) in de vorm van ringen of bubbels/blaasjes
    • soms zijn andere ongebruikelijke absorptiepatronen zichtbaar. Bij onderzoek van een ketting is dat geen probleem, maar wees bij onderzoek naar een enkele parel voorzichtig met de conclusie
  3. Cultivé Zuidzee parels met gebroken kern (bead). Onder X-ray is een reeks donkere lijnen zichtbaar. Mikimoto maakt in China (!) grote Zuidzee parels met andere bolletjes dan de Mississippi-mossel: bolletjes van de "giant clam" (Tridacna Gigas). Deze bolletjes zijn moeilijk te boren, er ontstaan breukjes. Niettemin zijn ze in de handel
  4. Pincatada margaritifera (zwartlip uit Polynesie: Tahiti, Cook Islands "Avaiki") en de zwarte Pteria sterna (Mazatlanica uit Mexico) vertonen op 700 nm absorptie
  5. Zwarte cultivé parels uit Tahiti vertonen onder LUV zwak/inert roodbruin. Dat is de natuurlijke kleur, dus is het niet geverfd
  6. De Pinctada margaritifera: absorpties rond 700 nm. Bij röntgenonderzoek bleek: parel is 11 mm, kern is 7 mm, parelmoerlaag is 0.3 – 1.7 mm. Volgens GE Perls uit Tahiti hebben export parels een parelmoerdikte van minstens 0.8 mm.  Dus... wellicht komen deze parels niet uit Tahiti maar van de Cook Islands
  7. Natuurlijke parels met een grote kern. Je denkt aan cultivé, maar pas op! Als op de röntgenfoto de kern iets donkerder is dan de nacre (het parelmoer) kan het (tóch) een natuurlijke parel zijn. Kijk, indien mogelijk (maak nog een foto van de andere/gedraaide zijde), naar:
    • de groeistructuur van de kern
    • de vorm van de kern en
    • de ongelijke (donkere) conchioline laag / ruimte tussen de kern en de nacre.
  8. Natuurlijke zoet- en zoutwaterparels hebben met een raman-spectrofotometer een typisch spectrum: aragoniet op 702 en 1086 cm-1 en organisch pigment op 1130 en 1520 cm-1.
16 uv vis spectra
UV-VIS reflectie spectrum van natuurlijke zoutwaterparels
17 raman spectra
Ramanspectrum: natuurlijke (zoetwater) parels; 702,1086 cm-1 (aragoniet), 1130, 1520 cm-1 (natuurlijk pigment)

Behandelingen

Parels worden schoongemaakt (cleaning), geborsteld (buffed), gepeld (peeling, exfoliation) en gepolijst (polish). Daarnaast bijna allemaal gebleekt met waterstofperoxide om te "witten" en een eenduidige kleur te verkijgen. Dat is een CIBJO toegestane handelspraktijk. Bij verkoop moet worden vermeld dat natuurlijke/cultivé parels de volgende behandeling hebben ondergaan: geverfd (dyed) met zilvernitraat (wordt dan donker), getint (tinted), geolied, was geimpregneerd (waxed), glansverbeterd (maeshori), bestraald (irradiated, kern wordt donker) of voorzien van een oppervlaktelaag (coating). Door behandeling met siliconen (polydimethylsiloxan) ontstaat een gladder oppervlak (recoating): de farms verkopen deze zoetwaterparels als "Edison parels" of "Ming parels": zó glad dat je je wenkbrouwen er in kunt zien.

18 grootste parel
Parelvormen: grootste parel, 34 kg, Philipijnen. Bron: Volkskrant
19 sleeping lion
Sleeping lion; barok, zie Zwaan Gem-A

Namaak, imitatie

Parels worden met alle mogelijke materialen nagemaakt. Plastic en glas komen het meest voor: een bolletje bedekken met tot poeder gemalen haringschubbetjes, wat vislijm, et voilá: de Marjorica parel, de Perla Roma, de Franse parel, de Misaki. De CIBJO, de internationale organisatie voor zuivere juwelenhandel, geeft aan dat namaaksels niet met "parel" mogen worden aangeduid, anders is sprake van misleiding. Tsja...

Bronnen

  • Geen reacties gevonden
Powered door Komento