
![]() |
Interview met José Joordens: Een duik in de wieg der mensheid Annemieke van Roekel Foto (links): Veldwerk in het Turkana Bekken © José Joordens Biologe José Joordens werkt aan de Faculteit Archeologie van de Universiteit Leiden en doet onderzoek aan de fossielencollectie van Eugčne Dubois, de Nederlander die aan het eind van de 19e eeuw in Indonesië op zoek ging naar de ‘missing link’ tussen mensaap en aapmens. Dubois vond deze in Trinil, op Java. In maart 2011 promoveerde Joordens aan de Vrije Universiteit op de klimaatreconstructie van het Oost-Afrikaanse Turkana Bekken. Rond twee miljoen jaar geleden was dit het leefgebied van Homo erectus, dezelfde mensachtige die Dubois op Java vond. Beide locaties, in Indonesië en Kenia, lagen dichtbij water: bij meer, delta, rivier en - in het geval van Trinil - ook de zee. Als marien bioloog is Joordens vooral op zoek naar de betekenis van een waterrijk milieu voor de evolutie van de mens. Over waarom de fossielencollectie van Dubois nog steeds zo interessant is, zegt zij het volgende: "Dubois verzamelde vrijwel alle fossielen die hij in de directe omgeving van ‘zijn’ Pithecanthropus vond. In de periode tussen 1891 en 1900 verzamelde hij duizenden fossielen van vooral zoogdieren, maar ook van vogels, reptielen, schelpen en vissen. De plek waar Dubois de eerste Homo erectus vond, in de bedding van de rivier de Solo, is op dit moment vanwege de hoge waterstand van de rivier niet meer toegankelijk. Met het verzamelen van zoveel verschillende fossielen was Dubois zijn tijd ver vooruit. Hij was uniek omdat hij als geen ander het belang van het totale ecosysteem zag. Ook rubriceerde Dubois alles heel nauwkeurig. Met de kennis van toen zijn zijn reconstructies van het ecosysteem waarbinnen de Javaanse Homo erectus heeft geleefd en zijn ouderdomsschattingen opvallend goed". Momenteel doet Joordens vooral onderzoek naar de honderden tot wel 10 cm grote zoetwaterschelpen van Dubois. "Die zijn zo bijzonder omdat we aanwijzingen hebben gevonden dat die schelpdieren door de vroege mens gegeten werden. Veel schelpen hebben een gaatje dat de vroege mens er mogelijk in heeft gemaakt, zodat de spier die beide kleppen samenhoudt losliet en hij het dier kon eten. Die beschadiging zegt ons iets over het eetpatroon van de Javaanse Homo erectus. Daarnaast dateren we de vulkanische mineralen en glasresten uit schelpopvullingen met argon-argon analyse en voeren we ook micromorfologisch onderzoek uit." Het proefschrift van José Joordens is verschenen onder de titel: ‘The Power of Place: climate change as driver of hominin evolution and dispersal over the past five million years’, Vrije Universiteit, maart 2011. Lees het volledige interview in Gea, september 2011. Gerelateerde artikelen in eerdere Gea's: 'De Oost-Afrikaanse Rift' door Anco Lankreijer. Gea 2004, nr.3 Download pdf (1,58 mb) >>
Foto onder: Stekel van een fossiele pijlstaartrog © Frank Wesselingh |
|
|
© Stichting Geologische Aktiviteiten 2011. Niets van deze website mag worden
vermenigvuldigd of openbaar gemaakt door middel van druk, microfilm, fotokopie,
plaatsing van teksten en/of afbeeldingen op andere websites of op welke wijze
dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de redactie.
|